Joseph Lenoir: koster-organist, militair en notarismedewerker

Joseph Lenoir werd geboren te Rumes (Henegouwen) op 31 december 1929. Hij werd aan de Kosterschool van de Bisschoppelijke Normaalschool gediplomeerd als koster-organist in 1948. Hij was vier jaar koster-organist in Middelburg-Maldegem, en gelijktijdig 11 maanden gemeentesecretaris in Waterland-Oudeman; dat werd onderbroken voor 13 maanden militaire dienst bij de Luchtmacht (Sint-Niklaas, Philippeville en Koksijde). Hij zwaaide af als reserve onderofficier, op 31 mei 1950.

Terug opgeroepen in militaire dienst, trok hij, na het volgen van de Koloniale School in Brussel, als adjudant in de ‘Force Publique’ (‘Openbare Weermacht’) naar Kongo op 30 september 1952. Een eerste term van 3 jaar en 3 maanden was hij in Irebu aan de evenaar, zeer vochtig en heet klimaat, tot december 1955. Hij verbleef een tweede term van juni 1956 tot 30 september 1959, in Boma (eerste hoofdstad van Kongo), aan de Congostroom en mede daardoor een ietwat beter klimaat.

Aangezien hij liefst niet meer naar Kongo terug wou, door nare voorgevoelens* en met echtgenote en drie kleine kinderen, begon hij op 1 februari 1960 in het notariaat. Hij werkte zich op door studies en examens tot medewerker in de hoogste (6de) categorie. Hij gaf 18 jaar avondlessen over notariële zaken in Gent, aan ongeveer 40 leerlingen per jaar (beginnende bedienden in het notariaat, tijdens de maanden oktober tot maart). De cursus was gespreid over drie jaren.

Hij ging met pensioen op 1 februari 1991(na dertig jaar notariaat), maar hij bleef thuis verder werken tot z'n tachtigste, voor twee notarissen, met het opmaken van akten in moeilijke dossiers.

Hij is nu 91 en verblijft in Maldegem.

De memoires van Joseph Lenoir van twee termen Kongo verschenen in het tijdschrift van vzw Heemkundige Kring 'Het Ambacht Maldegem'.

Joseph maakte ook een bundeltje 'Gedichten en bewerkte gedichten', waaronder vier gedichten uit het Frans van zijn naamgenoot Joseph Lenoir (1822-1861), advokaat en dichter uit Canada.

*Zijn voorgevoelens zijn uitgekomen. Voor een derde term in Kongo was hij aangeduid voor Thysville. Daar werden in 1960, na de onafhankelijkheid, veel blanke vrouwen, ook van ex-collega's uit Irebu en Boma, verkracht door muitende soldaten.