Stefan Van Pottelberghe

85 B LOS KS Stefan Van Pottelberge 1983 - 1984

Naam: Stefan Van Pottelberge

Geboortedatum: 23.09.1942

Geboorteplaats: Sinaai

Diplomajaar: 1962

Oefenschoolperiode: 01.09.1962 - 30.09.1991

Functie in de oefenschool: vanaf zijn diplomering in 1962 werkzaam in de oefenschool als klastitularis in het tweede, vijfde en zesde leerjaar

Loopbaan: op 1 oktober 1991 directeur benoemd van de Basisschool O.L.Vrouw-Presentatie Watermolenwijk.

Pensioen:

 

Bij zijn zilveren jubileum in 1987...

Zilveren Stefan wordt geboren op 23 september 1942 in Klein-Sinaai. In de lagere school van zijn dorp komt hij in het vijfde en zesde leerjaar op de schoolbanken voor vader Romain (O1929), die in die jaren de derde en vierde graad onderwijst. Als twaalfjarige mag hij naar het College in Sint-Niklaas, waar hij het lager middelbaar volgt. En omdat er van perebomen geen appels komen, vindt hij van 1958 tot 1962 rust binnen de muren van de Bisschoppelijke Normaalschool, waar hij onderwijzer wordt. Blijkbaar ziet de Normaalschool iets in hem, want in 1962 mag hij meteen de oefenschool induikelen, waar Julien Dhont directeur is.

Lange tijd blijft hij vrijgezel, doch een ontmoeting met Miet de Pape (diëtiste die dit vak onderwijst aan Sint-Carolus, doch minder resultaten boekt bij Stefan), doet hem kiezen voor het huwelijk. Tuinlaan 83 wordt zijn nieuwe heimat, waar hij Steven, Bart en Anneke probeert te overtuigen van het feit dat een laan een straat met bomen is. Met lede ogen heeft Stefan gezien dat de platanen uit zijn Tuinlaan een paar jaar geleden afgezaagd werden en nog steeds niet vervangen werden door de o zo lang beloofde nieuwe.

Stefan privé

Wie Stefan ter gelegenheid van zijn zilveren jubileum wil uitnodigen, mag hem zelfs de gewone dagelijkse kost voorschotelen: een goede, bruine boterham met boter en een 'schel' boerenhesp zijn al voldoende, doch wie het echt feestelijk wil maken, maakt paling in 't groen klaar en serveert die met een Rijn- of Moeselwijntje, een 'Kronenbourg' of een 'Hoegaerden'.

Na het etentje leg je enkele licht klassieke stukken op je platendraaier (Weense en Duitse operettes). Heb je dat niet binnen handbereik lijm je hem met James Last of de 'Night of the Proms', wat hem meteen de nachtelijke sfeer van toneelrepetities brengt. Kun je ook dat niet vinden in je collectie, dan kun je hem nog houden met Toon Hermans' 'Wat ruist er door het struikgewas?'. Toch kan het gebeuren dat Stefan plots opstaat, omdat hij er 's anderendaags vroeg uit moet. In de wijkkerk wacht namelijk het koor op zijn begeleiding.

Van koorbegeleiding en Toon Hermans is voor Stefan maar een heel klein stapje. Reeds 20 jaar is hij actief als speler van Toneelkring Baudeloo te Sinaai, waar een stukje van zijn hart ligt. Hij heeft het gepresteerd in alle stukken mee te spelen. De jongste 10 jaar werkt hij er ook als regisseur, als succesregisseur kon hier beter gestaan hebben, want lazen we niet af en toe dat Stefans regie op tornooien binnen de prijzen viel?

Ondanks alle Baudeloo-succes blijft hij niet op zijn lauweren rusten. Het Sinaais Volkscabaret eist hem tussendoor op als begeleider. En ook buiten Sinaai mogen mensen genieten van zijn toneelervaring. Over zijn Normaalschooltoneelloopbaan zegt hij: "Mijn lievelingsrol speelde ik in de titelrol van 'Romelus de Grote' van Dürrenmatt. Regisseur Guido Goedemé heeft mij toen de enorme kracht van de taal en een flink stuk stembeheersing bijgebracht. In 'Thee met toast voor de generaals' presteerden wij het door een gehuurde canapé te zakken, terwijl de eigenaar ervan toekeek." Goede toneelherinneringen heeft hij ook aan het Reinaertspel (in het park) en aan Fientje Beulemans (bij de Vlasbloem in Nieuwkerken). "Het kan soms wel eens wat veel zijn, zegt Miet (dikwijls), maar ja, als de microbe bijt...".

Ondanks alle toneel- en cabaretdrukte, zie je Stefan met zijn gezin bijna dagelijks de mooie paadjes om en rond Belsele fietsend doorkruisen. Voetballen doet hij voorlopig niet meer, nadat een 'sportief' duel met ouders (!) op de Hoge Kouter hem een gebroken schouder opleverde. Ook reizen doet hij voorlopig niet meer, al blijft hij de beste herinneringen bewaren aan de 'cruise' naar Noorwegen en Denemarken met reisleider - verstekeling - en duiveltje-doet-al Guido Van den Wijngaert. "Daarover kunnen we uren vertellen, net zoals over de vele Zwitserse ski-jaren in Saas Almagell...".

En omdat Stefan bij Miet af en toe wat moet goedmaken, onderhoudt hij met veel plezier de tuin, waarin hij bloemen en groenten tovert. Als Miet echter begint over verven en wieden, denkt hij echter onmiddellijk aan een toneelrol die hij nog 'eventjes' grondig moet bekijken...

Stefan en het onderwijs

Stefan heeft lesgegeven in het tweede, het derde, het zevende, het zesde en het vijfde leerjaar. Zo is hij recordhouder wat verhuizen van klaslokaal betreft. Acht maal! Die verhuis komt soms goed uit: kilo's papier zijn op die manier 'voor het goede doel weggegeven. "Elk leerjaar heeft eigen charmes. Ik voelde me overal thuis en ik deed het graag. Als ik mocht kiezen, werd het voor mij het zevende jaar! Voor heel wat jongens was dit een aangename en leerrijke redplank als voorbereiding op de moderne of de technische. Misschien hou ik er ook zo van, omdat ik altijd een stukje voorliefde had voor leerlingen die het niet zo gemakkelijk hadden in het leren."

Eén aparte herinnering

"Toen het brandplan voor onze school opgesteld was, zorgde het duo Verschelden-Van Pottelberge voor een 'Brandweeraprilgrap', die lukte voor wie ze bedoeld was!" Voor meer informatie: Tuinlaan 83!

(Freddy Van Hove in 'Kasteelgalm', 1987) 

In de schijnwerper... in 1991

Kunstenaar

Had geen lust om op te stijgen

naar de hoogten van de roem,

zat tevreden wat te zwijgen,

nederig als een boterbloem.

 

Was geen vurig volksbehager,

had geen 'stardom' op het oog,

vond daar op zijn treetje lager,

zelfs zijn bloeddruk al te hóóg

(Uit Toon Hermans - De danstent in de wei.)

Stefan houdt van Toon: spiritueel, een taalgebruik om van te snoepen. Een meester in het lanseren van gags. Toon kon eenvoudige dingen zéggen.

Stef vertelt geanimeerd, expressief en honderduit. Hij loodst ons vanuit zijn zetel in de gezellige woonkamer, zachtjes in de geheimen van de Commedia dell'arte. Het ligt hem allemaal zo nauw aan het hart...

In het schoolhuis, vlak naast de school van Klein-Sinaai, bracht Stefan zijn jeugd door. Onbesproten, ongeschonden, zalige kindertijd. Hij is 't zoontje van 't schoolhoofd. De school-, turn-, toneelzaal trok hem steeds opnieuw aan: het podium, maar vooral de spots. Spelen in het voetlicht... tot de lichten het begaven.

Meester Stevens was z'n eerste piano-leraar en de lagere school dompelde de kinderen toen nog onder in een Vlaamse liederenschat. Vandaar zijn muzikale bagage. Als negenjarig pianistje beleefde Stefan zijn eerste echte optreden 'Morgenblättern', een wals van Strauss.

Nu nog welt hem wat spijt op dat hij zijn muzikale gaven niet echt heeft kunnen ontplooien. Wat wil je wel: in die jaren, in een piepklein dorpje. De muzikale en dramatische draad werd na jaren weer opgenomen. Toen was hij reeds onderwijzer in onze school. Hij sloot zich aan bij Jong-Davidsfonds-Sinaai. Naast de vele educatieve en maatschappelijk vormende avonden tuimelde hij met een hele schare creatieve vrienden elk jaar opnieuw in een 'kleinkunstavond'. Hun bekendheid groeide tot ver buiten de gemeentegrenzen. De toneelmicrobe kriebelt...

- Herinner je je nog dat eerste, echte optreden als acteur?

Toen in 1966 Sinaai 750 jaar oud was, werden een aantal hobbyclubs opgericht: muziek, toneel, techniek... Mijn keuze was gauw gemaakt. En al in november van hetzelfde jaar speelde ik mijn eerste rol in het stuk 'Twee retours Victoria'. Het succes ging in steile lijn. We brachten dit stuk zelfs op de planken van het N.T.G.. De pers was niet mals. De toneelclub groeide uit tot Toneelkring Baudeloo: een vaste waarde. Momenteel brengen we elk jaar een toneelstuk voor volwassenen en één voor de jeugd. Baudeloo ligt me warm aan het hart. Eén toffe ploeg!

Meteen graaft Stefan in zijn keurig gebundelde archiefstukken en als door een waterval worden uw reporters overstelpt met vele stukken en anekdotes. We maken een keuze uit het rijke aanbod.

'De Paradijsvogels', een onvergetelijk stuk dat weldra weer op onze affiche zal prijken. 'Mevrouw Pilatus', 'De parel van het huis' waarmee we in 1974-75 in het toneeltornooi van Stekene grote onderscheiding haalden. 'Ik ben er en ik blijf er', 'De Caribische Zee', 'Lucy's baby', 'Op gouden wieken', 'De bruiloft', waar de bezoekers de gasten van het feest waren. Met 'De Brievenbus' van Jef Van Hoeck wonnen we het eenakterfestival te Stekene. 'Morgen kan het te laat zijn', 'De koppelaarster', mijn laatste regie bij de toneelkring...

- We horen dat je wel  eens 'vreemd' gaat... spelen bij andere gezelschappen?

Inderdaad, bij de Vlasbloem in Nieuwkerken speelde ik in 'Fientje Beulemans'. Een stuk dat me ligt. Ook in 'Zotte Rik' deelde ik het genoegen. Toneelvereniging Sint-Genesius trok me aan voor hun 'Show in den bungalow'. Een grote eer was het voor mij om naast een figuur als Marcel Van Brussel te mogen acteren in 'De spaarvarkens'. Marcel is een fantastische toneelspeler, met een groot improvisatievermogen en ontzettend 'plank-vast'. Ook 'De ingebeelde ziekte', een stuk gebracht door Argus, mocht op mij rekenen. Op school speelde ik ooit mijn glansrol onder de regie van collega Guido Goedemé in het stuk 'Romulus de Grote'. Onvergetelijk was dat. Snelle blikken hebben me zelfs opgemerkt in enkele B.R.T.-produkties als figurant: 'Klein Londen, klein Berlijn', 'Alfa, papa, tango', 'Niet voor publicatie'. Je houdt er telkens zoveel vriendschapsbanden en goede herinneringen aan over. Maar vergis je niet. Baudeloo is me zo nabij. Elders spelen verruimt je geest, frist je even op. Je ervaart andere regisseurs, je steekt er echt wat van op.

- Welke kwaliteiten schrijf je toe aan een goed regisseur, een goed acteur?

'Er is niets zo leerzaam als anderen te vertellen hoe zij iets moeten doen' lezen we bij Toon Hermans. Als regisseur moet je eerst het stuk lezen, kunnen analyseren, de personages eruit kunnen toveren en die dan vulling geven. Alles plaatsen in een passend decor en dan het draaiboek uitschrijven... Dit is allemaal nog vrij technisch... maar het kunnen omgaan met mensen, ieders kwaliteiten kunnen aanvoelen en gebruiken, dat vraagt een subtiele aanpak. Je moet datgene wat jij wil precies kunnen overbrengen. Improvisaties van spelers kunnen tolereren en inpassen. Kunnen luisteren en vooral zich weten te beheersen. Durven!

Een speler met talent zonder meer is nooit voldoende. Aanleg ontwikkelt omdat hij het graag doet, omdat hij er met zijn hart bij is. Je moet er heel wat voor over hebben: eindeloos repeteren, wel eens tevreden zijn met kleine rolletjes, weten in te binden... ook als je het succes voelt.

We zoeken in de krantenknipsels op zoek naar kritieken:

"Stefan Van Pottelberge leverde een perfekte satire op de omhooggevallen boer af: mimiek, motoriek en taal vormden een perfekte eenheid." J.D.B. (De spaarvarkens - Sint-Genesius)

"Stefan Van Pottelberge was bijzonder amusant als André; net op de rand van de overdrijving, vooral wat het typische Van Pottelberge-loopje betreft. Prachtige intonatie. Flair en een sterk aanvoelen van de ritmiek van het blijspel". (J.D.B. - De droom van zotte Rik - De Vlasbloem)

"... Het geheel wordt geregisseerd door Stefan Van Pottelberge, volgens de leden van het Jan Van Steen-comité zelf, de juiste man op de juiste plaats." (Stekense revue)

Stefan is gevoelig voor kritiek. Elke speler trouwens. Hij weet eerlijke kritiek te appreciëren. Hij houdt van de criticus die oog heeft en begrip voor amateurgezelschappen.

Persoonlijk hou ik van een kleine, prettige rol. Een figuurtje waar het publiek naar uitkijkt. Graag ook een komische rol... alhoewel. Elk acteur droomt van een serieuze rol. Belangrijk is dat je weet wat je aankan. Kunnen spelen binnen je beperkingen.

- Mogen we je vragen commentaar te leveren bij deze titels?

Het Sinaais Volkscabaret... met leute ende plezier.

Stefan glundert. Hij vertelt over zijn gezellen als waren het zijn broers. Karel Puimège, een graag gezien cabaretier. Onze filosoof en gids bij nacht, Willy Vermeire en mijn spitsbroeder op de planken, Paul De Greyt. Stefan zorgt voor de muzikale begeleiding en omlijsting.

Hij doet ons likkebaarden als hij vertelt over de jaarlijkse smeerdag... om al je inspanningen te doen vergeten, voegt hij er aan toe.

Reinaertspel 1985

Tibert, de kater. Van dat stuk - dat zich afspeelde in het prachtige park-decor - blijft me vooral de formidabele samenwerking bij en de figuur van Jaak Van Der Elst als een grote regisseur. Een man die begeesterend werkt, ongelooflijk aktief is en die een frisse visie heeft op de plaatsing van het gebeuren.

Misschien zien we Stefan in 1992 in het volgende Reinaertspel als Isgerim, koning Nobel, Reintje...?

Het gezin Van Paemel

Alweer een stuk onder de regie van Jaak Van Der Elst. Een toneelstuk dat, in vakjargon gezegd, niet kapot is te spelen. In het stemmige decor dat hoeve Vercauteren in de Lage Bokstraat opleverde is door het publiek wel een traantje weggepinkt. Maar aan de achtergevel van de boerderij, tussen de coulissen, zijn tranen gelachen. Champetter Leon Meul blijkt een specialist in het opvrolijken van de gemoederen. Als onze Kamiel (Van Pottelberge) in zijn antiek legeruniform de scène komt opgelopen... met zijn gulp wijd open, zijn de tranen niet meer te bedwingen.

Stefan wijst toch nog eens op het enorme belang van een knappe technische ploeg. Zij komen niet in de spots maar verdienen evenveel lof.

'En toch weun ik er geiren' - De Stekense revue - regie S.V.P.

Dit mag het hoogtepunt uit mijn carrière heten, de zogenaamde totaalrealisatie. Ik heb er versteld van gestaan hoe een dorp met een allesoverheersende geestdrift en vastberadenheid de schouders zet onder zo'n jarenlang project. Het Jan Van Steen-comité (met o.a. broeder Albert Smet zaliger nagedachtenis -  en een niet te stuiten Nic Van Hoye-Melis) waren  de ronkende motor achter dit alles. Het bouwen van een revue was voor mij totaal nieuw. Tot mijn verrassing moest ik vanaf de grond beginnen. 'k Zag snel dat dit ook heel wat voordelen heeft. Gelukkig waren er reeds een vijftiental schrijvers aangezocht. Het werk schoot langzaam op tot wanneer we de zaak omkeerden en een datum vooropstelden. Teksten lezen, selecteren, herwerken en zorgen dat je actueel blijft. Liedjes schrijven, dansers engageren, acteurs begeleiden, het decor, het koor, de technische ploeg, de naaisters, de persmensen... te veel om op te noemen. Elke scène moest spetterend verrassend zijn, scherp van taal, duidelijk en toch niet kwetsend. Snelle en handige decorwisselingen uitdokteren. Het was vaak moeilijk om voor elk fragment een passende 'pointe' te vinden. Het is prettig de efficiënte, gemoedelijke en eerlijke aanpak van een ploeg te ervaren. Ze vertrouwen echt op de regisseur. Je wordt gerespecteerd. 't Was voor alle medewerkers een zware dobber maar het grote succes maakt veel goed. Voor uitverkochte zalen spelen, extra voorstellingen inlassen... Een heuse bekroning!

Deze greep uit de persberichten spreekt boekdelen:

"De eerste indrukken van regisseur Van Pottelberge klonken oprecht opgelucht. De dag na de première vonden we de regisseur voor één keer thuis. Het voorbije jaar werd voor Stefan immers een harde toneelnoot om te kraken. Wekelijkse vergaderingen met de mensen van het comité, wikken en wegen van teksten, de zorg en het oog voor details. De jongste maanden trok V.P. bijna dagelijks naar 'zijn' Jan Van Steeners, steeds met een sluimerende vrees dat op de valreep toch nog iets zou kunnen misgaan. "Er waren onvergetelijke momenten en evenveel slapeloze nachten", vetelde Stefan. Het Jan Van Steen-comité zelf lijdt inmiddels aan 'Stefan-artritis', een gezonde ziekte die zich vertaalt in een steevast respect voor hun regisseur;" (C.T. Het Volk)

Het doek valt. Het is laat in de nacht.

"En toch zien we hem geiren, ónze Stef!"

(Danny De Rauw en Jan Verschelden in 'In-fra', zomer 1991) 

 

Bij zijn afscheid aan de Normaalschool in 1991

Je zit in de leraarskamer! Gezellig, want Stefan trakteert ter gelegenheid van zijn verjaardag! En toch! Er wringt ogenschijnlijk iets bij hem. Hij draait en keert nog wat, maar plots braakt hij het uit: "Per 1 oktober verlaat ik jullie, want dan word ik directeur." Een beetje ongeloof bij de tafelzitters. Een zoveelste grol van Stefan? Nee, het blijkt bittere (voor ons) ernst te zijn. Toch is het moeilijk om te geloven, want je ziet hem nog iedere dag. elke dag, tot... 1 oktober. Dan verdwijnt hij uit het vizier. Een boegbeeld is van de school verdwenen.

En of je het wilt of niet, onvermijdelijk gaan je gedachten naar die vertrouwde figuur. Bijna mystisch zweeft op die bewuste eerste oktoberdag Stefan door onze school. Je kijkt 's morgens naar zijn vast stekje op de speelplaats. Het pleisterplaatsje blijft leeg. De speeltijd van tien uur is het moment dat men zich afvraagt of de Stef nu ook geniet van een bakje troost. 's Middags blijft zijn stoel aan de tafel onbezet. Niemand waagt het om 'zijn' stoel te bemannen. Om kwart voor drie regeert opvallend de stilte in de leraarskamer. Iedereen herinnert zich wellicht Stefan op zijn manier. Ook ik!

Ik herinner me heel vaag het moment dat ik Stefan voor de eerste keer zag. Het was als student. Als groenling kwam je onrustig de klas binnen. Maar als je bij Stefan binnenkwam, werd je nog wat ongeruster. Je zag zijn enorm verzorgd bordschrift. En onvermijdelijk wanhoopte je wanneer je de vergelijking maakte tussen wat je zelf kon en hij vermocht. Nu nog wekt zijn stiptheid en zijn bijna maniakale zin voor zorg bewondering op.

Ik verwijl bij het moment dat ik mijn eerste stappen zette in de oefenschool en hem mijn collega mocht noemen. Je leerde zijn voorliefde kennen voor de underdogs. Voelde hij zich misschien zelf ook wat underdog? Zijn voorliefde, zijn werklust, zijn enthousiasme voor 'zijn' jongens uit de vierde graad (en later het aanverwante zesde) sloeg velen met verstomming. Menig collega stelde dat hij niet kon wat Stefan verwezenlijkte. Zij beseften dat zij niet beschikten over de grote gave van Stefan: een onuitputtelijk geduld. Ik mijmer over die enkele jaren dat ik Stefan mocht meemaken als mede-collega in het vijfde leraar. Ik leerde hem kennen als een hulpvaardig man. De collega die je ter hulp schoot in woord en daad. Maar evenzeer de man die je eigen ideeën kon waarderen en aanvaarden.

Ik denk terug aan de man die niet alleen in zijn vrije tijd toneelfanaat was. Ook overdag zette hij een typetje neer. Dit tot groot jolijt van diegenen die 'begrepen' en van hen die alleen maar de toneelact zagen. Soms speelde hij echt toneel en liet hij ons verpozen in zijn bewondering voor Toon Hermans, Herman Van Veen en andere aanverwanten. Met Stefan liep je nooit het risico om je te vervelen.

Dat alles spookt door je hoofd. En stilaan begin je te beseffen dat het allemaal tot het verleden behoort. Je weet dat je alleen maar gelukkig kunt zijn omdat je zo iemand hebt mogen kennen. Je realiseert je dat je hem alleen maar van harte het beste kunt wensen in zijn nieuwe loopbaan. Je aanvaardt gelaten dat het 'efkens' nagenieten na een oudercontact of na een andere schoolgebeurtenis nu een andere frekwentie zal krijgen.

Het ga je goed, Stefan. Tabé! En graag tot straks. We kunnen dan 'efkens' bijpraten in 'ons' huis van vertrouwen. Je weet wel waar!

(Freddy Corné in 'In-fra', winter 1991)

 

{gotop}