1905: Jubelfeest van den E.H. Amaat Joos

25 jaar leraar en directeur van de Bisschoppelijke Normaalschool

Zondag laatst was de Bisschoppelijke Normaalschool in volle feest. Men vierde er immers het jubelfeest van den E.H. Amaat Joos, sinds 25 jaren leeraar en bestuurder van dit zoo bloeiende gesticht.

En zelfs buiten het gesticht werd dit jubileum medegevierd. Geheel de buurte was bevlagd en met jaarschriften versierd.

's Morgens werd in de kapel door den jubilaris eene solemneele dankmis opgedragen.

's Namiddags, om half 5, had in de groote zaal een plechtige feeststemming plaats.

De zaal was te dier geleegenheid, door de zorgen van de heer K. Van de Voorde, feestelijk versierd met de nationale kleuren, waartusschen passende jaarschriften waren aangebracht, den lof makend van den hooggeachten Jubilaris als priester, leeraar en bestuurder, en als Vlaming.

Benevens de leerlingen van het gesticht, was de zaal met eene groote schaar onderwijzers en kosters, oud-leerlingen der Normaalschool, uit alle deelen van Vlaanderen toegestroomd om hulde te brengen aan hunnen zoo verdienstelijken oud-leeraar of bestuurder.

Ook de EE. HH. Pastoors De Meerleer en Cooreman en een aantal oud-leeraars van het gesticht woonden de zitting bij.

Bij de intrede van den E.H. Jubilaris brak de gehele zaal in geestdriftige toejuichingen los en terwijl hij op het verhoog plaats nam, met zijner broeder, M. E. Joos, van Antwerpen en zijne Zuster Mej. Louise Joos, aan zijne zijden, werd hij krachtig: "Hij leve lang" begroet.

Een normalist bracht aan den E.H. Joos de hulde der leerlingen; hij wees op de voorbeeldige inrichting, dat zijnen bloei en zijn vooruitgang vooral te danken heeft aan zijnen zo ieverigen en bekwamen bestuurder en bood den E.H. Jubilaris zijn welgelukt portret aan.

 Vervolgens werden den Gevierde eenen bloemtuil aangeboden van wege de familie De Smedt; ook zijn neefjes, Frans en Herman Joos, van Antwerpen droegen aan hunnen Oom, met eenen hartelijken brief, in naam der gansche familie eenen schoone bloemruiker op.

Dan volgden er toespraken van den heer Jan De Smedt, bestuurder der Oefenschool, in naam der oud-leerlingen; van den E.H. De Feyter, in naam der priesters, leeraars en oud-leeraars, die hem een prachtigen gouden kelk schonken; van de heer August Gyselinck, namens de wereldlijke onderwijzers der inrichting, die den Jubilaris eene schone verzameling boeken aanboden, en ten slotte van de E.H. De Wael, professor, die hem, namens de Oost-Vlaamschen studentenbond, de verzameling der werken van Guido Gezelle, den raadgever van den E.H. Jubilaris, en Albr. Rodenbach, zijner vriend opdroeg.

De E.H. Joos, gevoelig aangedaan door al die blijken van oprechte genegenheid, wist op elke uitspraak een gemoedelijk en welgepast antwoord te vinden.

Namens de EE. HH. Geestelijken der parochie bood den E.H. Pastoor De Meerkeer den geachten Jubilaris een paar bronzen kunstvoorwerpen aan.

De aanspraken werden afgewisseld door de uitvoering van den Vlaamschen Leeuw, met de woorden van den E.H. Scheiris. Al de aanwezigen zongen deze liederen mede.

Ten laatste werd eene prachtige gelegenheidscantate uitgevoerd, door den E.H. Pastoor Cooreman getoonzet op woorden van den E.H. Cyr. Quintelier.

De gevierde Jublilaris bracht eene welverdiende hulde aan de dichters van het Feestlied en de Cantate en aan den steeds jeugdig blijvenden toondichter pastoor Cooreman; hij dankte ook allen, die zich geene moeite ontzien hadden, om dit feest zo goed te doen lukken, en smeekte ten slotte Godes zegen af over al de aanwezigen.

's Avonds bracht de Harmonie De Weezenkring eene luisterrijke serenade aan de achtbaren Jubilaris.

Met veel genoegen werd Maandag vernomen, dat Z.D.H. mgr Stillemans den E.H. Joos eenen blijk zijner bijzondere waardering heeft geschonken, met hem te verheffen tot de hooge weerdigheid van eere-kannunik van Sint-Baafs, te Gent.

Het spijt ons grootelijks, dat de omvang van ons blad ons niet toelaat, al de aanspraken in hun geheel op te nemen. Dan alleen zou men zich een klein denkbeeld er van kunnen vormen, hoezeer allen, die met den Z.E.H. Joos in betrekking kwamen of nog zijn, hem vereeren en hoogschatten.

'Het Land van Waas' voegt zijne innige gelukwenschen bij die, welke te dezer gelegenheid zoo talrijk en welgemeend door al zijne vrienden aan den hooggeachten Jubilaris werden toegestuurd.

(Land van Waas, Nieuws en Annonceblad, 9.07.1905)