1956-1981: Vijfentwintig jaar humaniora in de BNS

Op 30 juni 1981 eindigde in de Normaalschool het vijfentwintigste schooljaar sedert de oprichting van de humaniora-afdeling.  We mogen zonder overdrijving stellen dat 1 september 1956 een scharnierdatum is geweest in de historiek van de BNS. Niet enkel werd toen gestart met een afdeling Moderne Humaniora, maar tevens werd het alom om zijn strengheid bekend staande internaatssysteem doorbroken: de schoolpoorten, voorheen enkel geopend om op dinsdag- en donderdagnamiddag de internen met de stootkar vol turntoestellen te laten vertrekken naar 'het buitengoed', lieten van dan af aan elke dag een bescheiden groep halfinternen en externen in- en uitgaan. Niets minder dan een revolutie was dat! De gestrenge (clericale) traditie werd eveneens doorbroken door de benoeming, door directeur Richard Weemaes, van enkele leke-leerkrachten: Amedee De Smet, André Beghyn, Fons Verhelst, Fons Charels en Jan Beyers.

Amedee De Smet gaf (in de pas opgerichte middelbare oefenschool) tekenen en muziek; André Beghyn gaf wiskunde en natuurwetenschappen; Fons Verhelst gaf geschiedenis, Frans en Engels; Fons Charels gaf Nederlands, tekenen, aardrijkskunde en muziek; Jan Beyers gaf wiskunde, natuurwetenschappen en economie.

Bovendien gaf Roger Beirnaert (later secretaris-generaal van het Pedagogisch Bureau bij het Nationaal Verbond van het Katholiek Onderwijs!) acht uur Frans en twee uur godsdienst, terwijl ook Piet Huysmans godsdienst gaf.

Twee namen van de allereerste humaniora-leerlingen zullen vele lezers niet onbekend voorkomen: Romain Bombeke (later onderwijzer aan de Lagere Oefenschool) en Guy Van Haute (later leraar aan het Sint-Jozef-Klein-Seminarie).

Wie die vijfentwintig jaar heeft meegemaakt, heeft heel wat zien gebeuren in de school:

* de uitbouw van de moderne humaniora-afdeling: economische, wetenschappelijke-B, later ook menselijke wetenschappen;

* een driemaal hervormde onderwijzersopleiding: van voorbereidend jaar plus vier normaaljaren, over onderwijzersopleiding samenvallend met de humaniora, naar een eenjarige opleiding na de humaniora, tot de huidige tweejarige opleiding post-secundair;

* oprichting en uitbouw van de M.N.S (Middelbare Normaalschool). met opleiding van wetenschappelijke en letterkundige regenten (en de vele varianten nadien);

* de soms explosieve groei van het leerlingenaantal in de beide oefenscholen, en daarna gepaard gaande een parallelle aangroei van het aantal leerkrachten;

* de intrede van de vrouwelijke leerkrachten, een irreversibel fenomeen van de moderne tijd.

Zo zie je maar weer: niets is zo soepel als het onderwijs, op voorwaarde dat de soepelheid door de omstandigheden wordt gedicteerd...